Techniek
Welke lijmkam heb ik nodig?
Door De Tegelwerkplaats · gepubliceerd 2026-08-17 · bijgewerkt 2026-08-17
De vertanding van de lijmkam kiest u op het tegelformaat: 6 mm voor klein wandwerk tot 25x33, 8 mm voor wandtegels tot 30x60, 10 mm voor vloertegels vanaf 30x60, en 10–12 mm gecombineerd met buttering-floating voor grootformaat. Hoe groter de tegel, hoe dikker het lijmbed dat nodig is voor volledige verlijming.
De vertanding bepaalt hoeveel lijm er op de ondergrond komt: een 10 mm-kam zet ribbels neer die na het indrukken van de tegel een lijmbed van zo'n 4–5 mm vormen. Te fijn gekamd betekent holle ruimtes onder de tegel; te grof betekent lijm die in de voegen omhoog kruipt.
Kam altijd in één richting, niet in boogjes: rechte lijmrillen laten de lucht ontsnappen als de tegel wordt ingeschoven. Bij vloertegels en in natte ruimtes schuift u de tegel dwars op de rillen vast — zo klappen de rillen dicht tot een gesloten bed.
Bij grootformaat is de kam maar de helft van het verhaal: de tegelrug krijgt met de gladde kant een dunne contactlaag (buttering), waarna beide lagen samen de volledige verlijming vormen.
Versleten kammen zijn een sluipmoordenaar: elke millimeter afgesleten tand betekent structureel te weinig lijm. Een rvs-kam gaat lang mee, maar controleer de tanden — vervangen kost een paar euro, onthechting kost een vloer.
Veelgestelde vragen
Welke lijmkam voor mozaïek?
Mozaïek vraagt juist een fijne vertanding van 4–6 mm — anders drukt de lijm door de voegen van de matjes omhoog. Bij glasmozaïek gebruikt u bovendien witte lijm.